Breaking News

Alles of Nietsnutt Speciaal

Een wijze man zei eens: ‘’This will be the realest shit I ever wrote.’’ Een dom jongetje begon eens zijn relaas met deze quote, te laf om zich een keer zelf ondubbelzinnig te uiten. Én omdat proza nou eenmaal niets anders is dan een piepkleine, plastic ring, in een doosje, in een doosje, in een doos, in een doos, in een veel te grote doos ingepakt met behulp van het gehele assortiment Zeeman cadeaupapier. De antiheld van dit verhaal is wat die zaak betreft employee of eternity. Sterker nog, hij ken(t) niets anders.

Lees dus aandachtig, want je favoriete, veel te dikke enigma is nog maar één keer zo openhartig. Op zijn sterfbed, tijdens een trieste poging het voor de gelegenheid bij elkaar gesprokkeld legertje bastaardkinderen uit te leggen, waarom ‘papa’ er nooit voor ze was. Of toch gewoon in zichzelf mompelend, omdat er uiteindelijk niemand is komen opdagen. Dus nogmaals: lees aandachtig.

Volgens de verhalen begint ons verhaal al goed met een zeldzame, muisstille hoofdpersoon vlak na de geboorte van zichzelf. Een gegeven welke de aanwezige doktoren toch enige zorgen baarden. Maar net voordat één van hen genoeg moed had verzameld de befaamde baby een slap uit te delen, begon het kindeke te schaterlachen. Maar het lachen zou hem gauw vergaan..

Althans, dat zou moeten. Maar het toch best schattige baby’tje groeide juist uit tot een heuse clown. Maar dan logischerwijs wel één wiens lach slechts uit schmink bestond. Geboren met wat problemen waarvan één best lang door sluimerde. Tot uiteindelijk de wekker ging waardoor ons lijdend voorwerp uit zijn onrustige slaap ontwaakte. Een minuscuul probleem in verhouding tot wat Breyten M. zo mooi omschreef als ‘’alles is f*cked up!’’ In een donkere kamer in het holst van de nacht scheelde dat echter geen f*ck. Waar de ADD-achtige symptomen (een ander probleempje) alles tussen hem en zijn Nemesis elimineerden, stond hij ’s ochtends op -zo fris en fruitig als maar kon- vol goede moed om het onmogelijke toch waar te maken.

Met de benenwagen -eerder lopend op lood dan air- onderweg naar de basisschool. Waarop hij met scharen gooide, pennen gebruikte om zijn dromen mee op te schrijven en andermans handpalmen open te rijten. Huiswerk werd er niet gemaakt en gestolen wiskundeschriftjes kwamen thuis nog het dichts in de buurt van speelgoed. Toch mocht hij na boom, roos, vis al gauw meelezen met de bovenbouw, omdat hij anders net iets te vaak in slaap viel in de klas. En toen kwam de middelbare school waarop nog steeds te veel leerlingen elke zin met ‘en toen’ begonnen. Terwijl hij op het VWO maar een stoel naar het tienermeisje-equivalent van Mark R. gooide, omdat ze bleef zeiken over zijn trainingspakken die in haar optiek enkel tijdens hockeytrainingen gedragen zouden moeten worden. De daaropvolgende degradatie naar de HAVO-wereld, stond gelijk aan het winnen zonder -van een bij voorbaat gewonnen strijd. Moeilijk werd het alleen even toen de gehele examenlichting tijdens ‘het moment van ieders leven’ door die vervloekte uitverkorene voorzien moest worden van aanwijzende kuchjes en handgebaren.

Toen kwam het definitieve afscheid van “en toen” en de verwelkoming van het besef dat onze toekomst bestaat uit peuters van zeventien jaar die natuurlijk geen beroepskeuze kunnen maken. Ook hij deed maar wat, temeer omdat hij het net even te druk had. Onder andere met schulden en de daaruit voortvloeiende vier banen. En nog veel meer bezigheden die vaag waren in al even vage steden welke allen weer voortkwamen uit dat eeuwig doorsluimerend probleem. Dat nu toch echt was geëscaleerd.

Met een herhaling van alle reeds afgespeelde problemen tot gevolg. Als tijdens een troosteloos herfstweekend zo’n marathon, ergo de dag afsluiten met een al verteerd, tering ontbijtje. En als kersenpit zonder taart, ‘cause life’s a b*tch, het besef: niet alle problemen zijn op te lossen.

Niemand was bij de ineenstorting. 9/11 was er niets bij. De bezige bij verwerd tot een vadsige hommel, creperend op de grond, niet meer in staat te vliegen. Nooit meer. Gek was hij altijd al, maar geniaal had hij ooit moeten worden. Ooit was gisteren. Vandaag was het: ‘’we geloven niet meer in je!’’ Dat is één van de weinige volzinnen die hij kon herleiden uit het geschreeuw. Het deed pijn, maar dat doet de waarheid altijd. Na een bijna drieëntwintig jaar durende tawaf, had hij nog steeds niets anders te bieden dan teleurstelling. In overvloed. Teleurstelling.

En dat was het laatste wat men ooit nog vernam van Nietsnutt.

Deel dit op:

Submit to FacebookSubmit to Google BookmarksSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn


Gelezen: 11431 keer
Beoordeel dit item
(4 stemmen)
Gepubliceerd in Columns
Anouar Ethawri

'Anouar Ethawri' is het schrijvers- pseudoniem van een dood- normale jongen die verder uit angst voor represailles liever zijn volledige naam verborgen houdt. Anouar Ethawri, hierna te noemen 'Nietsnutt', ziet in Rotterdam het levenslicht op precies dezelfde dag dat Theo Laseroms, Feyenoord en Sparta legende, helaas het loodje legt. Een triest gevalletje 'de een z'n dood, de ander z'n brood' en verder de basis voor een levenslange liefde voor de twee Rotterdamse voetbalclubs. Naast het liefhebben van Rotterdamse voetbalclubs, en eigenlijk alles wat maar enigszins met Rotterdam te maken heeft, doet Nietsnutt niet zo veel in z'n leven. Behalve dan misschien af en toe een stukje tekst schrijven, maar dat interesseert eigenlijk niemand. Als Feyenoord eindelijk weer eens kampioen wordt, regelt Nietsnutt een importbruid en gaat hij op huwelijksreis naar Paaseiland. Insha'Allah.

Meer in deze categorie: « Stemmingmakerij!
Log in om reacties te plaatsen

Galerij

 
Als het leven geleefd is... Is de dood nabij

We hebben 432 gasten en geen leden online

In Beeld